| |
 |
 |
 media
Kinderen
|
14 December 2011 | 14:20:20
 |
Nieuwe Collega en ik staan te wachten bij de printer. Nieuwe Collega wil een praatje aanknopen tijdens het wachten, en begint over de kerstmarkt, waar we met collega’s naartoe geweest zijn. Nieuwe Collega vraagt waarom mijn kinderen niet meegingen. Ik vertel dat mijn kinderen een vorm van autisme hebben (dat roept veel minder vragen op als wanneer ik zeg dat ze PDD-nos hebben kan ik je vertellen) en ADHD. ‘Nou’, zegt Nieuwe Collega, ‘dat stempeltje ADHD krijgt tegenwoordig ook iedereen he’.
‘Goh’, zeg ik tegen Nieuwe Collega, ‘ik hoor dat je ervaring hebt met de diagnose ADHD’. Nieuwe collega kleurt wat rood, en stamelt ‘nou ehh, dat heb ik niet hoor, ik las het in de krant’. ‘Dus wat jij in de krant leest, is allemaal waar? Welke krant heb jij dan?’. Nieuwe Collega voelt zich zichtbaar ongemakkelijk, maar ik laat hem niet zomaar gaan. O nee! Ik was hem fijntjes de oren (die nog roder zijn geworden J), en besluit met nog even uit te leggen dat ik om deze reden vaak niet vertel wat mijn kinderen ‘hebben ‘. Omdat er zoveel mensen zijn die de klok horen luiden……… juist, geen klepel te bekennen. Maar wel denken ze, niet gehinderd door enige kennis, mee te kunnen praten over ADHD.
Natuurlijk wordt de diagnose ADHD wel eens onterecht gegeven, net zoals alle diagnoses wel eens onterecht worden gegeven. Ik zal dus ook niet zeggen dat het in alle gevallen klopt, maar zo kort door de bocht als Nieuwe Collega vind ik kwetsend.
Nieuwe Collega schoot opgelucht weg toen ik klaar was. Ben benieuwd of hij er nog op terug komt.
|
|
|
 |
 brutaal?
|
29 November 2011 | 15:20:25
 |
Oudste is 12. Een puber dus. Alleen snapt hij niet zo goed wat dat dan is, een puber. En omdat hij het niet kent, wil hij het ook niet. Hij vindt puberen maar stom. ‘Dat ga ik niet doen hoor mama’, zegt hij.
‘Tuurlijk jongen, daar hou ik je aan’ zei ik lachend.
Helaas is er geen houden aan, en ja hoor, daar gaat Oudste. Hij heeft een grote mond. Ik wordt boos, waarop Oudste zegt: ‘het lijkt wel alsof je je woede op mij afreageert’. Ja duh, ik ben toch boos op jou? Dan wil hij weten waarom ik boos ben.
‘Omdat je brutaal bent, een grote mond hebt’ zeg ik.
Dat vind hij maar vaag. Want wat is dat dan, een grote mond? Een mond waar 2 hamburgers in één keer in kunnen? Eh ja, dat is ook een grote mond, maar dat is niet de mond waar ik het over heb. Nou, dan snapt hij het niet.
En leg dat maar eens uit. Wat is een grote mond? Wanneer ben je brutaal? Als ik voorbeelden ga geven, en hij heeft weer een grote mond, dan zegt hij waarschijnlijk: ‘maar je hebt niet gezegd dat dit ook een grote mond is!’.
Het zijn voor ons zulke normale begrippen, dat het moeilijk is om er een duidelijke omschrijving van te geven.
Het woordenboek erbij dan maar?
‘Brutaal: vrijpostig, onbeschaamd, zonder de verwachte afstand in acht te nemen tegenover ouderen en vreemden’.
Dat helpt niet echt…..
Een grote mond dan?
‘grote mond: brutaal zijn’.
Daar kom ik ook niet verder mee.
Als iemand een goede tip heeft, hoor ik hem graag!
|
|
|
 |
 shirt
Hobby
|
27 Augustus 2011 | 12:45:36
 |
Ik kocht een shirt (in de opruiming, uiteraard ):
Een paar dagen later kwam ik dit patroon tegen:
Dus maakte ik deze:
De gedraaide biezen waren lastig om te maken, ik ben niet zo goed in priegelwerkjes. Het stuk middenvoor heb ik 5 cm breder gemaakt, zodat ik het ertussen kon rimpelen.
De hals heb ik middenvoor 2 cm dieper gemaakt.
Ik ga hem zeker nog eens maken, misschien met lange mouwen. |
|
|
 |
 School (5)
|
29 Juli 2011 | 15:06:25
 |
En inderdaad, het ging niet soepel, de eerste schooldagen. Met nadruk op ‘eerste’, want meer dagen waren er niet nodig om Jongste te observeren. Binnen een paar dagen vertelde SBO me wat ze zagen, hoe ze dachten dat het aangepakt moest worden, en wat ik kon doen. En vooral: wat ik ervan vond!
En wat had SBO gelijk. Drie (3!) dagen na de eerste SBO schooldag van Jongste ging hij zonder problemen naar school. Na een week ging ik Jongste uit school halen, en zei hij: ‘het lijkt wel alsof een schooldag maar een paar minuten duurt, zo snel kom je mij alweer halen!’.
Wat was ik blij. En wat was ik verdrietig, toen ik na twee weken ineens ‘de oude’ Jongste weer zag. Druk, vrolijk, gezellig, en vooral: handelbaar. Geen woede-uitbarstingen zonder aanleiding meer, geen gestamp naar boven zonder reden. En wat was hij druk! Dat was lang geleden.
Ik was verdrietig ja. Verdrietig om te zien wat School mijn kind heeft aangedaan. Verdrietig, omdat het nog erger bleek te zijn als ik dacht. Ik had een ander kind, of eigenlijk, mijn oude kind, weer teruggekregen. En het doet pijn om te zien hoever ze mijn kind beschadigd hadden. |
|
|
 |
 school (4)
Kinderen
|
08 Juli 2011 | 14:17:16
 |
En toen was het zover. Er ging beslist worden over de toekomst van Jongste. Stijf van de spanning zat ik te wachten op de uitslag van het gesprek dat de commissie had die beslist over plaatsing op speciaal basisonderwijs.
Want dat wij met zijn allen (schoolarts, Herlaarhof, leerplichtambtenaar en papa en mama) vonden dat Jongste beter naar een andere school kon, kon best eens niet opwegen tegen School, die vonden dat zij het nog best aan konden.
Telefoon. De commissie beslist om niet te beslissen. Even zakte ik door de grond. De commissie wilde een gesprek met ouders en met school. Nee, niet tegelijk. En nee, ze snapten ook wel dat terug naar School geen optie was. Maar toch wilden ze met ons praten.
Dat betekende dus ook dat Jongste nog een week thuis was. Want het gesprek kon pas een week later plaatsvinden. Ondertussen was Jongste al 6 weken niet naar school geweest.
Omdat ik geen idee had welke kant het gesprek op zou gaan, en wat precies de aanleiding van gesprek was, heb ik een week erg slecht geslapen. De onzekerheid was moordend.
Eindelijk was het maandag, en konden papa en ik het gesprek aangaan. Toen bleek dat de commissie zich verbaasde over het verschil in de rapportage van school en de informatie van ons en de schoolarts. Het lukte me niet het verhaal met droge ogen te vertellen. Ik vertelde dat ik Jongste naar school moest slepen, dat hij ervan over moest geven, dat hij huilde als hij naar school moest, dat hij enorm prikkelbaar was, dat niets meer goed was. Dat school me niet hoorde, niet luisterde, het naar school slepen als ‘hoort er nou eenmaal bij’ afdeden. Want ja, ze moesten hem wel vasthouden, maar als ik weg was bleef hij toch?
De commissieleden vroegen zich toen af of Jongste niet beter af zou zijn op cluster 4 onderwijs, gezien de problematiek. Nog een stapje verder als Speciaal Basisonderwijs.
Toen werd ik boos. Als School anderhalf jaar geleden geluisterd had, en anderhalf jaar lang geluisterd had, was deze vraag totaal overbodig geweest. Toen al heb ik aangegeven dat het niet goed ging, en dat het wachten was op het moment dat het niet meer zou gaan. Maar daar wilde School niets van horen. Geen kennis van ADHD en autisme, hoe kwam ik erbij! School wist precies wat ze moesten doen! Dat ze keer op keer bewezen het niet te weten werd gemakshalve van tafel geveegd. De directeur is zelfs een keer gewoon weggelopen tijdens een gesprek. Dat geeft echt vertrouwen kan ik je vertellen.
De commissieleden wisten genoeg. Ze wilden een paar minuten om te overleggen (maar, zoals één van de leden direct al zei: ‘ik ben er al uit hoor’) en zouden ons dan roepen. Dat duurde dus nog geen paar minuten, en ze vertelden dat Jongste toestemming kreeg om naar het SBO te gaan. En dus de volgende dag naar school kon. Ik kan je niet vertellen wat er door me heen ging.
We zijn naar opa en oma gefietst, en Jongste sprong op ons af. ‘Mag ik morgen naar school?’. Yep, jij mag morgen naar school. Jongste deed een rondedansje, en we fietsten alvast naar zijn nieuwe school om even te kijken. Natuurlijk kenden we de school al, want Oudste zit hier al jaren, maar Jongste ging kijken in zijn eigen nieuwe klas. Hij vond het spannend, en leuk, en eng. Uiteraard had ik niet de illusie dat hij direct zingend en fluitend naar school zou gaan, maar de wil was er alvast!
|
|
|
 |
 school (3)
Kinderen
|
24 Juni 2011 | 10:31:32
 |
Als je maandenlang zegt dat het niet goed gaat met je kind, je komt met talloze voorbeelden, en er luistert niemand, dan ga je soms aan jezelf twijfelen. Ik in ieder geval wel. Zou ik het dan zo verkeerd zien? Klopt mijn gevoel niet? Ligt het aan mij?
Ik werd kleiner en kleiner, en ging met lood in mijn schoenen met de juffen praten. En ja, ze vonden het erg vervelend allemaal, maar ja, zij konden het nog best aan. Dus ze konden niets voor me doen. En daar ging ik weer.
Vanaf het begin dat Jongste problemen kreeg, heb ik Schoolarts op de hoogte gehouden. Op een gegeven moment vroeg Schoolarts wat ze voor me kon doen. Ik voelde me met de rug tegen de muur, en kon niet bedenken wat ze kon doen. Want mijn achterhoofd fluisterde ondertussen dat ik het verkeerd zag, want dat zeiden ze op school steeds. Dus zei ik dat ik niet wist wat ze kon doen.
En dat deed ik weer. En weer, en weer. Tot Schoolarts zei: ‘en nu ga ik wat doen!’. En deed dat ook. Meteen. En goed. We gingen samen in gesprek met school. De juffen zeiden dat ze het prima aankonden. Schoolarts zei dat ze daar een ander beeld bij had, en stelde voor om toch een aanvraag te doen voor speciaal basisonderwijs. En ja, dat kon school toen toch ook wel ondersteunen.
Toen kreeg Schoolarts het verzoek op school te komen voor een gesprek, zonder mij erbij. En ik werd zenuwachtig. Want nu ging school tegen haar vertellen dat ik het verkeerd zag, en natuurlijk zou zij dat dan ook zien.
Schoolarts belde na het gesprek, en ik was voor niets zenuwachtig geweest. De aanvraag ging weg, en op tijd ook. Daar had school namelijk wat problemen mee, maar dat zou goed komen.
En op dat moment besloot ik niet meer aan mijn gevoel te twijfelen. Het gaat om mijn kind, en mijn gevoel klopt. Altijd.
|
|
|
 |
 omgeving
Kinderen
|
13 Juni 2011 | 09:50:20
 |
Enthousiast vertel ik tegen Visite dat er een verwendag georganiseerd wordt voor ouders van kinderen met autisme (www.verwendagouders.nl). Ik heb Oma gevraagd of de kinderen naar haar mochten. Natuurlijk mocht dat, dus ik heb papa en mezelf aangemeld. Leuk, een dag met mensen om ons heen die snappen waar we over praten. Met mensen waar je niet zoveel aan uit hoeft te leggen. Die niet ‘joh, wat vervelend’ roepen omdat ze denken dat dat zo hoort, maar omdat ze weten waar je het over hebt.
Visite zegt: ‘en de kinderen, mogen die ook mee?’. Ik leg uit dat het zonder kinderen is. Visite vindt dat stom. ‘Dan organiseren ze iets, en kunnen ze niet eens iets regelen voor de kinderen!‘ Ik probeer nog uit te leggen dat het met ‘onze’ kinderen niet zomaar te regelen is, maar Visite wil er niet van horen. ‘Ze hebben er daar toch verstand van, nou, dan doen ze dat toch even?’.
Ik hou mijn mond verder. Dit is precies de reden waarom het zo fijn is om het ouders te praten die ook kinderen met autisme hebben. En dit is precies de reden waarom zulke dagen fijn zijn, en nodig.
|
|
|
 |
 School (2)
Kinderen
|
08 Juni 2011 | 13:56:17
 |
Natuurlijk is het niet goed dat Jongste niet naar school gaat. Dus we spreken af dat er geen druk op de werkjes die Jongste maakt ligt. Heeft hij het af, prima, heeft hij het niet af, ook goed. Het maakt ook even niet uit hoe hij het maakt. De juffen vinden het een goede afspraak, want ze willen ook graag dat Jongste weer naar school gaat.
Verder geef ik aan dat ik Jongste niet meer naar school sleur. Als dat het geval is, gaat hij weer mee naar huis. Ik vind het enorm grensoverschrijdend. De juffen zijn het er helemaal mee eens. Toch gek, dat ze dat nu ineens vinden. Na jaren strijd met Jongste om hem op school te krijgen en te houden.
Met Jongste spreek ik af dat we in ieder geval naar het schoolplein gaan, en daar kijken we hoe het gaat. Ik leg hem uit dat hij zich niet druk meer moet maken over zijn werkjes, want het maakt nu even niet uit hoe hij ze maakt. Het lijkt erop dat het hem geruststelt, en hij gaat naar school. ’s Middags haalt Oma hem uit school voor een boterham. Als ik thuiskom, zegt Jongste dat hij echt niet meer naar school gaat. Jammer genoeg kan hij niet zeggen waarom niet, en ik herinner hem aan de afspraak om in ieder geval naar het schoolplein te gaan.
Dat doen we dus, en hij heeft het moeilijk. En gaat uiteindelijk weer mee naar huis. Als we over het schoolplein lopen, roept een moeder: ‘he Jongste, ga je weer naar huis? En je zit nog wel naast Klasgenootje!’. Ik denk: ‘Klasgenootje? Jongste zit helemaal niet naast Klasgenootje’. ‘Ja’, roept moeder, Jongste heeft een andere plaats in de klas gekregen, naast Klasgenootje!’. Ik verschiet van kleur, maar loop rustig door. Jongste piept: ‘en nu kan ik de klok niet meer zien, en het bord is ook anders’. Ik hou me in.
De volgende dag hebben we een afspraak op Herlaarhof, om te kijken wat we kunnen doen om Jongste weer naar school te laten gaan. Jongste vertelt dat ze een rekenwerkje moesten maken, en dat hij het niet af had. Hij gaf het aan de juf en zei dat het niet klaar was. De afspraak was dat dit niet uitmaakte. Wat zegt de juf? ‘ga het nog maar eens proberen’. Zou ze het echt niet snappen, of zit het er zo ingebakken dat ze niet meer flexibel kan zijn?
Na alles aangehoord te hebben, ook het verhaal van de andere plek in de klas, zegt Herlaarhof: ‘ik adviseer je om Jongste niet meer naar deze school te laten gaan. Een juf die zulke dingen doet, heeft te weinig verstand van de problematiek om zulke kinderen in haar klas te hebben’. Even schiet ik vol. Mijn gevoel wordt erkend! Ik zie het niet verkeerd! Na jaren niet gehoord te worden op school, is er nu iemand die me wel hoort. En steunt. En dat had ik even nodig.
|
|
|
 |
 school (1)
|
24 Mei 2011 | 13:14:28
 |
Het gaat niet goed met Jongste op school. Dat had ik in mijn vorige stukje al verteld. Jongste vind het steeds moeilijker om naar school te gaan. Afscheid nemen was altijd al moeilijk, maar nu vergt het 2 juffen om hem los te wrikken van mij, zodat ik weg kan gaan. Is dat normaal? Nee. Zouden we dat moeten doen? Nee! En toch deden we het. Twee weken achter elkaar. En het werd moeilijker en moeilijker. En niemand die ‘stop’ riep.
Dan is het dinsdag. En Jongste begint thuis al te huilen, en wil niet naar school. Met veel moeite krijg ik hem in zijn jas. Ik moet hem met twee handen vasthouden, anders is hij weg. Terug naar binnen, naar zijn kamer. Hij verzet zich met hand en tand. Over een stukje van vijf minuten doe ik er twintig. In het zicht van de school zijn we allebei uitgeput. Dan begint Jongste over te geven. En op dat moment gaan mijn ogen open. Waar ben ik in hemelsnaam mee bezig? Voor wie doe ik dit? Wat doet dit met mijn kind?
Dan draai ik om. Huilend lopen Jongste en ik naar huis terug. Onderweg bel ik met de schoolarts. Zij is al langer op de hoogte van de situatie, en snapt mijn keuze helemaal.
Ik zet Jongste in de auto, en rijdt naar school, hem geruststellend dat hij echt niet naar school hoeft. Als we er zijn, duikt hij weg. Ik ga naar binnen, en vertel dat ik het grensoverschrijdend vind om op deze manier naar school te moeten, en dat ik het niet meer doe. Jongste komt vandaag niet naar school. ‘O, en hoe doe je het morgen dan?’, vraagt de IB-er. ‘Morgen? Dat zie ik morgen wel weer!’. Ik proef dat dit niet het goede antwoord is. Als ik aangeef het met de schoolarts besproken te hebben, bindt ze enigszins in.
Ik breng Jongste naar mijn ouders, en ga naar mijn werk. |
|
|
|
|
|